Nerven van mijn werk
De natuur als spiegel voor wat zich in stilte heeft gevormd
In de winter laat de hedera zijn bladeren vallen. Wat overblijft zijn de nerven, fijn vertakt en vastgehecht aan de boomstam. Ze zijn er altijd al, maar meestal verscholen onder het groen. Pas wanneer het blad verdwijnt, worden ze zichtbaar en zie je hoe ver ze zich hebben verspreid en hoeveel er gegroeid is.
In dat beeld herken ik iets van mezelf. Jarenlang was ik in beweging (en nog steeds), groeiend, zoekend, ook in vormen die niet altijd helemaal van mij waren. Ik onderzocht, trok jasjes aan en weer uit om te voelen wat klopte. Gaandeweg werd me steeds duidelijker wat van mij is en wat niet.
Nu laat ik zelf blad vallen door stil te staan en te kijken naar wat er al die tijd onder lag. Wat zichtbaar wordt, voelt stevig en verankerd: de nerven van mijn eigen werk. Schrijven, fotograferen, tekenen, creëren en delen wat daarin zichtbaar wordt.
Tijdens het werken met deze boom was ik vooral aan het kijken. Ik volgde eerst alleen de nerven en kleurde ze, waardoor ze los kwamen te liggen van de bast, bijna alsof ze erbovenop lagen. Daarna kleurde ik de vlakken ertussen en merkte hoe de ongekleurde nerven de vorm leken op te delen en te scheiden. In een volgende stap kleurde ik alles, nerven en vlakken samen. In eerste instantie voelde dat minder interessant, maar gaandeweg veranderde dat. Juist doordat alles op één vlak kwam te liggen, verdween het gevoel van lagen en ontstond samenhang. Het hoorde bij elkaar.
Zo werd het beeld ook een ervaring. Niet zoeken naar betekenis, maar kijken wat er gebeurt en voelen wanneer iets klopt. Dat zijn mijn nerven. Vertakt, stevig en altijd al aanwezig.
Soms kan zo’n beeld uit de natuur ook voor anderen een ingang zijn om al tekenend te ontdekken wat er onder hun eigen ‘blad’ verborgen ligt.